Direct naar de inhoud

Naslag

Begrippenlijst

Een gedeelde taal voor het gesprek over kansengelijkheid in de klas — 53 begrippen, van A tot Z.

A

Assimilatie

Assimilatie houdt in dat leden van een niet-dominante groep hun eigen cultuur loslaten en de cultuur van de dominante groep overnemen. Assimilatie is anders dan integratie. Bij integratie worden leden van niet-dominante groepen opgenomen in het grotere geheel maar behouden ze hun eigen cultuur, identiteit en levensgewoontes. Er is dan sprake van een wisselwerking tussen de twee groepen. Bij assimilatie is het alleen de niet-dominante groep die zich aanpast.
Genoemd in Taal

B

Beperkte code (taal)

In zijn werk maakte de socioloog Bernstein onderscheid tussen twee soorten taalcodes. Eén van de twee is de beperkte code. Dit type code wordt gebruikt in vertrouwde situaties waar mensen een gedeeld referentiekader hebben en in situaties waar weinig woorden nodig zijn om elkaar te begrijpen. Bij het spreken vallen sprekers terug op gedeelde achtergrondkennis en begrip (Bernstein, 1971)

Burgerschap

heeft betrekking op “sociale, maatschappelijk en politieke onderwerpen waarin we van elkaar afhankelijk zijn om tot een goede uitkomst te komen.” Burgerschap is dus een relationeel begrip: het gaat om de relaties die mensen met anderen hebben, maar ook over de manier waarop mensen zich positioneren in de samenleving en hoe ze erin slagen vreedzaam problemen op te lossen die voortkomen uit tegengestelde belangen en waarden (Eidhof, 2019, p.40)

C

Collective teacher-efficacy

Het collectieve geloof van het schoolteam in hun vermogen om hun studenten op een positieve manier te beïnvloeden (Hattie, 2015)

Culturele achtergrond

gaat over de normen, waarden en gebruiken die iemand vanuit huis mee krijgt. Vaak wordt de culturele achtergrond gekoppeld aan etnische achtergrond, maar dit is niet in alle gevallen terecht. Ook mensen met dezelfde etnische achtergrond kunnen verschillende culturele achtergronden hebben. Uit de culturele achtergrond van mensen komt het type cultureel kapitaal voort dat ze bezitten (Agirdag, 2020)

D

Deficietbenadering

Een benadering uitsluitend gericht op gebreken of tekorten. Dit staat haaks op een benadering waarop ook ruimte is voor het zien van kwaliteiten, mogelijkheden en potentie (Rinnooy-Kan, 2021)

Democratische waarden

Belangrijke democratische waarden zijn inclusiviteit (democratie is er voor iedereen) , dialoog (de mogelijkheid tot meepraten over de totstandkoming van beleid), zeggenschap/invloed , transparantie en tegenkracht. Hieronder vallen bijvoorbeeld gelijke behandeling door de rechtbank, vrije en eerlijke verkiezingen, onafhankelijke pers, vrijheid voor oppositiepartijen om de regering te bekritiseren en goed bestuur ( Kanne, Staartjes & Conradie, 2019)
Genoemd in Burgerschap

Differentiatie

“Differentiatie in het onderwijs is de manier waarop een docent bewust, positief en planmatig omgaat met de cognitieve, metacognitieve, motivationele en culturele verschillen tussen lerenden en daarop zijn of haar onderwijs afstemt" (Universiteit Utrecht, z.d.)
Genoemd in Burgerschap Taal

E

Etnische achtergrond

Gaat over het volk waartoe iemand zich rekent of de etnische groep waar iemand zich deel van voelt. Dit gaat over meer dan alleen huidskleur of herkomst van de meerderheidsgroep, al is dat waar men meestal aan denkt bij etnische achtergrond. Mensen rekenen zichzelf tot een etnische groep vanwege herkomst en voorkomen (zoals huidskleur), maar ook vanwege socialisatie en ervaren verwantschap. Ook Nederlanders vormen een etnische groep (Agirdag, 2020).

Etnische discriminatie

Discriminatie op basis van etnische kenmerken ( Agirdag, 2020).

F

Fixed mindset

Het geloof dat intelligentie, talent en andere vaardigheden al (grotendeels) vaststaan bij de geboorte en dus onveranderlijk zijn. (Dweck, 2011)
Genoemd in Taal Verwachtingen

Functioneel meertalig leren

Het inzetten van andere talen dan het Nederlands om de taalverwerving en vaardigheid in het Nederlands te stimuleren (Groothoff, 2020)
Genoemd in Taal

G

Growth mindset

Het geloof dat intelligentie, talent en andere vaardigheden ontwikkeld kunnen worden en dus niet vaststaan (Dweck, 2011)

H

Halo-effect

Dat voorkennis van een persoon een positief of negatief beeld over die persoon creëert, waarna die anders beoordeeld of behandeld wordt, ook bij zaken die niets te maken hebben met de eerdere prestaties (Akkers, 2021)

Helikopterouder

Ouder die overmatig bezig is met het controleren van het leven van haar of zijn kind en het liefst alles zou willen sturen. Ook probeert de ouder koste wat het kost te voorkomen dat het kind in de problemen komt. In het onderwijs zie je helikopterouders terug als ouders die regelmatig verhaal komen halen bij de docent over de prestaties of het gedrag van hun kind en kritisch zijn op de leskwaliteit en het schoolbeleid. Helikopterouders willen net als de meeste andere ouders het beste voor hun kind en handelen vanuit goede intenties, maar als onderwijzer kun je potentieel last hebben van het gedrag en handelen van helikopterouders (encyclo.nl, z.d.)
Genoemd in Ouderbetrokkenheid

I

Identiteitsverwarring

Verwarring over identiteit die er kan ontstaan bij jongeren gedurende hun pubertijd en adolescentie. Wie zijn ze? Wie willen ze zijn? Wat kenmerkt hen? Tot welke groep behoren ze? Dit zijn vragen die tijdens deze fase centraal staan én kunnen zorgen voor een gevoel van verwarring (Bron: El Hadioui, 2011)
Genoemd in Identiteit

Intercultureel onderwijs

Het actief omarmen van verschillende achtergronden en culturen in het onderwijs (Agirdag, 2020)
Genoemd in Identiteit

Intersectionaliteit

Het idee dat “onze verschillende identiteiten/categorieën van verschil (ras, klasse, gender, seksualiteit, etc.) elkaar beïnvloeden op materieel, institutioneel en symbolisch niveau met als resultaat dat we op een verschillende manier met discriminatie of machtsposities te maken krijgen.” (Jouwe, 2019)

K

Kansarm

Kansarm zijn komt voort uit kansenarmoede. Kansenarmoede is een toestand waarin mensen beperkt worden in hun kansen om toegang te krijgen tot maatschappelijk hoog gewaardeerde goederen en diensten, zoals onderwijs, arbeid en huisvesting. Bij kansenarmoede is het beperkt worden geen eenmalige gebeurtenis maar gebeurt dit structureel en op verschillende terreinen, zowel het materiële als het immateriële. Er zijn meerdere indicatoren waaraan kansenarmoede gemeten kan worden. Zes algemeen geaccepteerde indicatoren zijn maandinkomen, het opleidingsniveau van de ouders/verzorgers, de arbeidssituatie van de ouders, het type huisvesting , de stimulatie vanuit huis en de gezondheid (van het kind zelf maar ook van gezinsleden) (Kind en gezin, 2021)

L

Lage-inkomensgrens

Bij een inkomen onder de lage-inkomensgrens spreekt het CBS van een huishouden met een laag inkomen of van een huishouden met risico op armoede. In 2020 lag de grens voor een alleenstaande op 1 100 euro per maand, voor een paar was dat 1 550 euro. Met twee minderjarige kinderen was de grens voor een paar 2 110 euro en voor een éénoudergezin 1 680 euro. (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2021)
Genoemd in Armoede

M

Mattheuseffect

Het Mattheuseffect verwijst oorspronkelijk naar het rijker worden van de rijken en het armer worden van de armen. In onderwijscontext gaat het over dat zij die al rijk zijn in kansen/mogelijkheden zich wél verder kunnen ontwikkelen, terwijl zij die kansarmer zijn die mogelijkheid niet krijgen.

Meritocratie

Een samenleving waarin mensen hun positie in de maatschappij toegewezen krijgen op basis van hun vaardigheden en hun geleverde inspanning. Merit betekent verdienste: in een meritocratie krijg je wat je verdient. Of, iets negatiever geformuleerd, in een meritocratie wordt er gediscrimineerd op basis van prestaties (Sandel, 2021)
Genoemd in Prestatiedruk

Meta-analyse

een meta-analyse is een statistische analyse waarbij resultaten van verschillende onderzoeken gecombineerd worden tot een meer algemeen resultaat (Wikistatistiek)

Ministerie van OCW

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Zoals de naam al aangeeft gaat dit ministerie over zowel primair, voortgezet en hoger onderwijs. Onder het ministerie van OCW valt ook de Gelijke Kansen Alliantie, de hoofdpartner voor dit impacttraject. De Gelijke Kansen Alliantie houdt zich specifiek bezig met het creëren van gelijkere kansen voor alle kinderen door middel van samenwerking met scholen, gemeentes en andere partners.
Genoemd in Ouderbetrokkenheid

N

Normatief

Voorschrijvend. Gaat over hoe dingen zouden moeten zijn in plaats van hoe ze nu zijn en schept grenzen waarbinnen geaccepteerd gedrag en uitlatingen vallen (Encyclo.nl, z.d.)
Genoemd in Burgerschap

O

Ouderbetrokkenheid

Beslaat ‘alle vormen van belangstellende betrokkenheid van de ouders bij de begeleiding van hun eigen kind, bij de groep waarin hun kind zit en bij de peuterspeelzaal of school als geheel en alle vormen van belangstellende betrokkenheid van de voorschoolse instelling of school bij de thuissituatie van het kind.’ Ouderbetrokkenheid werkt dus twee kanten op , zowel van de ouder naar school als andersom: een tweezijdige relatie Ouderbetrokkenheid gaat dus over meer dan het alleen betrekken van ouders als school of onderwijskracht zijnde. Het is, als het goed is, een gelijkwaardig partnerschap tussen leerkracht en ouder waarin het kind centraal staat (Lusse, 2019).

Ouderparticipatie

Vindt plaats wanneer ouders op formele en informele wijze “hand- en spandiensten” leveren aan de school of participeren in de ouder- of medezeggenschapsraad. Hierbij kan je denken aan het mede-organiseren van het jaarlijkse kerstfeest, voorleesouder zijn of helpen met het opruimen van de klas (Lusse, 2019).
Genoemd in Ouderbetrokkenheid

P

Pedagogische driehoek

Drie verschillende leefwerelden waarbinnen kinderen gesocialiseerd worden. De pedagogische driehoek bestaat uit de school, thuis en straatcultuur. Bij sommige kinderen is er een sterke aansluiting tussen deze werelden, bij andere kinderen mist deze connectie (El Hadioui, 2011).
Genoemd in Identiteit

R

Racisme

“Een sorteersysteem dat groepen van mensen rangschikt in statusposities op basis van etnisch-raciale achtergrond. Racisme bepaalt dus welke etnische groepen welke machtsposities krijgen.” Belangrijk om hierbij te onthouden is dat racisme een politiek-ideologisch systeem is. Dit is groter en breder dan individuele gedachten of handelingen, en ook meer dan stereotypen, vooroordelen en discriminatie (Agirdag, 2020, p.62-63)

S

Samenwerking school-ouders

Betreft de communicatie tussen ouders en school. Deze communicatie kan gaan over de voortgang van het kind op school, maar ook over wat er op school gebeurt of staat te gebeuren (Lusse, 2019).
Genoemd in Ouderbetrokkenheid

Scaffolding

" Bij scaffolding biedt de leerkracht ondersteuning die steeds net boven het niveau van een leerling ligt, waardoor de leerling een hoger niveau kan bereiken. Scaffolding is dus een combinatie van het initieel aanbieden van veel ondersteuning aan leerlingen en het geleidelijk afbouwen daarvan naarmate hun expertise toeneemt.” (wij-leren, z.d.)
Genoemd in Taal

Schaduwonderwijs

Overkoepelende term voor alle aanvullende onderwijsactiviteiten waar ouders zelf voor betalen. Denk hierbij aan bijlessen, huiswerkbegeleiding en Cito- en examentrainingen (Elffers & Jansen, 2019).
Genoemd in Ouderbetrokkenheid

Sociaaleconomische status

De mate waarin personen, gezinnen, huishoudens en geografische gebieden de mogelijkheid hebben om maatschappelijk gewaardeerde goederen te creëren of consumeren. Het gaat hier dus om de positie in de samenleving, die afhankelijk is van de mate waarin je erin slaagt om bepaalde goederen te creëren of diensten aan te bieden waaraan je geld kunt verdienen (Miech & Hauser, 2001)

Sociale achtergrond

Gaat over iemands thuissituatie en het milieu waar iemand uitkomt. Uit iemands sociale achtergrond komt het type sociaal kapitaal voort dat ze bezitten (Agirdag, 2020)
Genoemd in Taal

Socialisatie

Al op jonge leeftijd nemen we onbewust dingen over van de mensen om ons heen, dit wordt socialisatie genoemd. Socialisatie gebeurt op verschillende manieren en binnen verschillende leefwerelden. Voorbeelden van dingen die we op jonge leeftijd meekrijgen vanuit onze socialisatie zijn taalgebruik, verwachtingen, gedrag, normen, waarden, ambities en doelstellingen (El Hadioui, 2011)

Stereotype

Kenmerken van één persoon worden overgedragen op de hele groep. Hier kunnen bepaalde ongefundeerde verwachtingen over die persoon uit voortkomen. Voorbeelden van stereotypering zijn het idee dat Nederlanders gierig zijn, Belgen dom en Amerikanen lui en dat elke Nederlander, Belg of Amerikaan dezelfde eigenschap toebedeeld krijgt. Stereotypen helpen ons de complexe wereld waarin we leven te versimpelen, maar kunnen ook negatieve gevolgen hebben, vooral als bepaalde groepen voortdurend geconfronteerd worden met een negatief stereotiep (Agirdag, 2020).

T

Taalmindmap

Een mindmap waarmee leerlingen hun verschillende taalidentiteiten en taalbeheersing in kaart brengen (van Biesen & de Backer, 2020).

Taalongelijkheid

Vindt plaats als verschillen in taalbeheersing en prestaties op het gebied van taal zich structureel aftekenen langs de lijn van sociaaleconomische status of sociale, culturele en etnische achtergrond. Taalongelijkheid vertaalt zich, vanwege het belang van taalbeheersing, vaak in kansenongelijkheid (Agirdag, 2020)
Genoemd in Taal

Taalportret

Een zelfgetekend portret waarop leerlingen hun verschillende taalidentiteiten laten zien door middel van het gebruiken van verschillende kleuren (van Biesen & de Backer, 2020).
Genoemd in Taal

Taalschema

Een schema waar je als docent vragen over de taalidentiteit van het kind in beantwoordt, uiteraard in directe samenspraak met het kind in kwestie (van Biesen & de Backer, 2020).
Genoemd in Taal

Talensensibilisering

Het op verschillende wijzen op school erkennen en waarderen van de thuis- en moedertalen van kinderen, wat positieve gevolgen heeft op sociaal, affectief en cognitief gebied (Groothoff, 2020)
Genoemd in Taal

Thuisbetrokkenheid

Thuisbetrokkenheid bestaat uit twee dimensies. Enerzijds gaat het over de activiteiten die ouders thuis met hun kinderen ondernemen, zoals praten en spelen met het kind, begeleiding bij het leren, educatieve spelletjes, verhalen voorlezen en zingen. Anderzijds gaat het over de mate waarin ouders hun kinderen ondersteunen: vinden ze school belangrijk of zijn ze minder geïnteresseerd? En zijn de verwachtingen hoog of laag? (de Vries, 2021)
Genoemd in Ouderbetrokkenheid

U

Uitgebreide code (taal)

In zijn werk maakte de socioloog Bernstein onderscheid tussen twee soorten taalcodes. Eén van de twee is de uitgebreide code. De uitgebreide code wordt gebruikt als er geen gedeeld referentiekader is. Bijvoorbeeld als je elkaar minder goed kent en je dus geen beroep kunt doen op gedeelde ervaringen of als er bepaalde abstracte concepten moeten worden uitgelegd (denk hierbij bijvoorbeeld aan ‘kapitalisme' of ‘oorlog’). Op school is de uitgebreide code dominant (Bernstein, 1971)

V

Verborgen kennis- en taalbronnen

Kennis- en taalbronnen worden gedefinieerd als het totaalpakket van vaardigheden en culturele gebruiken die het gezinnen mogelijk maken om te functioneren binnen een bepaalde sociaal-culturele context. Deze kennisbronnen kunnen meertaligheid of wiskundige vaardigheden zijn, maar ook koken, groenten verbouwen, de Koran reciteren of klussen. Niet al deze kennisbronnen worden standaard aangeboord op school en/of binnen het gewone lesprogramma, vandaar dat sommige kennis- en taalbronnen verborgen blijven. ('t Gilde en Volman, 2020)

Vooroordeel

(ook wel prejudice/bias): “De attitudes tegenover de leden van sociale groepen. In tegenstelling tot stereotypen zijn niet louter [alleen maar] beschrijven, maar houden ze een houding/attitude in ten aanzien van de groep zelfs, zoals een voorkeur hebben voor het niet vertrouwen of niet aangenaam vinden van deze mensen. Vooroordelen kunnen getriggerd worden door stereotypen.” (Agirdag, 2020, p. 53)
Genoemd in Taal Verwachtingen

Vrijheid van onderwijs

“In artikel 23 van de Nederlandse grondwet is bepaald dat er vrijheid van onderwijs is. Dat wil zeggen dat iedereen een school mag oprichten die past bij zijn religieuze, onderwijskundige of levensbeschouwelijke visie. In dat geval spreken we over bijzonder onderwijs. Sinds 1917 bekostigt de overheid zowel het openbaar onderwijs als het bijzonder onderwijs, daarmee kwam er een einde aan de jarenlange schoolstrijd. De Inspectie van het Onderwijs onderzoekt bij alle scholen de onderwijskwaliteit, maar mag zich niet bemoeien met aspecten op het gebied van religie of levensbeschouwing.” (wij-leren.nl, z.d.)

Z